ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 11 januari
1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het
witwassen van geld en de financiering van terrorisme, inzonderheid op artikel 2,
gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, en op artikel 11, § 7, gewijzigd bij
de wet van 10 augustus 1998;
Gelet op de wet van 11 mei
2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert,
inzonderheid op artikel 8, § 1;
Gelet op het koninklijk
besluit van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en
de onafhankelijkheid van de cel voor financiėle informatieverwerking,
inzonderheid op artikel 12, § 2, derde lid, gewijzigd bij de koninklijke
besluiten van 10 augustus 1998, 4 februari 1999 en 21 september 2004;
Gelet op het advies van de
Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O., verleend op 25 maart 2004;
Gelet op advies 38.095/3 van
de Raad van State, gegeven op 23 februari 2005;
Op de voordracht van Onze
Minister van Justitie, Onze Minister van Financiėn, Onze Minister van
Binnenlandse zaken en Onze Minister van Middenstand,
Hebben
Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel
1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° wet tot bescherming van de titel en van het beroep : de wet van 11 mei 2003
tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert;
2° wet tot oprichting van federale raden : de wet van 11 mei 2003 tot
oprichting van federale raden van landmeters-experten;
3° de federale raad : de federale raad van de landmeters-experten, voorzien in
de wet tot oprichting van federale raden;
4° de federale raad van beroep : de federale raad van beroep van de
landmeters-experten, voorzien in de wet tot oprichting van federale raden;
5° de kamers : de Franstalige en Nederlandstalige kamers die de federale raad
van landmeters-experten vormen, als bedoeld in artikel 2 van de wet tot
oprichting van federale raden;
6° de kamers van beroep : de Franstalige en Nederlandstalige kamers die de
federale raad van beroep van landmeters-experten vormen, als bedoeld in artikel
5 van de wet tot oprichting van federale raden;
7° de landmeter-expert : de landmeter-expert ingeschreven op het tableau van de
beoefenaars van het beroep als bedoeld in artikel 3 van de wet tot oprichting
van federale raden, zowel als zelfstandige of als werknemer als bedoeld in
artikel 5, tweede lid van de wet tot bescherming van de titel en het beroep;
8° het tableau van de beoefenaars van het beroep : het tableau als bedoeld in
artikel 3 van de wet tot oprichting van federale raden.
Art.
2. De voorschriften van plichtenleer bestaan uit het geheel van regels opgesomd
in dit besluit, die de landmeter-expert bij de uitoefening van zijn beroep dient
na te leven.
Art.
3. De landmeter-expert moet zijn beroep bekwaam, eerlijk en waardig uitoefenen.
Hij dient over de nodige onafhankelijkheid, onpartijdigheid, wils- en
beoordelingsvrijheid te beschikken, om zijn beroep uit te oefenen volgens de
voorschriften van dit besluit. Hij dient er tevens over te waken dat diezelfde
vereisten nageleefd worden door zijn medewerkers.
HOOFDSTUK
II. - De landmeter-expert en de federale raad
Art.
4. De landmeter-expert is gehouden tot betaling van het jaarlijks
inschrijvingsgeld bepaald overeenkomstig artikel 4, § 4, van de wet tot
bescherming van de titel en van het beroep, binnen de door de federale raad
voorziene termijn.
Art.
5. De landmeter-expert is gehouden de federale raad bij aangetekende brief te
verwittigen binnen dertig dagen, wanneer hij, in het kader van de uitoefening
van het beroep, een rechtsvordering heeft ingesteld tegen een confrater
ingeschreven op het tableau van de beoefenaars.
Art.
6. De landmeter-expert is gehouden aan de federale raad alle gegevens te
verstrekken die deze hem vraagt, om die raad in staat te stellen zijn wettelijke
bevoegdheden uit te oefenen.
Art.
7. Indien de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend in het kader van een
vennootschap, worden de statuten van deze vennootschap aan de federale raad
medegedeeld. Deze statuten mogen geen enkele bepaling bevatten die strijdig is
met de deontologische regels.
HOOFDSTUK
III. - De verplichtingen van de landmeter-expert
Art.
8. De landmeter-expert onthoudt zich van alle gedragingen of houdingen die de
reputatie van het beroep kunnen schaden. Hij geeft niet toe aan enige invloed of
druk van welke aard ook en hij zal zijn neutraliteit behouden. Hij moet zich
houden aan de regels van eerbaarheid en waardigheid en daarbij zijn morele en
intellectuele integriteit behouden. In dit verband onthoudt hij zich van alle
handelingen, stappen of verbintenissen die daaraan afbreuk kunnen doen en met
name van alle verzoeken of voorstellen aan eventuele gemachtigden,
opdrachtgevers, of welke andere tussenpersonen ook met het aanbod van of
ontvangen van commissielonen, kortingen op erelonen of voordelen van welke aard
ook.
Hij verbindt zich ertoe alle opdrachten te weigeren en alle mandaten over te
dragen die de onafhankelijkheid van zijn beroepspraktijk of de naleving van de
deontologie in het gedrang brengen.
Hij mag geen enkel persoonlijk belang hebben, direct of indirect, in de door hem
behandelde dossiers en zaken.
Hij moet zich onbevoegd verklaren wanneer hij acht dat zijn onpartijdigheid
Art.
9. Voorzover het belang van de opdracht het rechtvaardigt, zorgt de
landmeter-expert ervoor dat hij een schriftelijke bevestiging verkrijgt waarin
de uitvoeringsvoorwaarden van die opdracht zijn vastgelegd.
Bij een opdracht die valt onder artikel 3 van de wet tot bescherming van de
titel en van het beroep, wijst de landmeter-expert er de partijen op
tegensprekelijke wijze op dat zij het recht hebben om zich te laten
vertegenwoordigen.
De landmeter-expert verbindt zich ertoe geen handelingen of daden te stellen die
de illegale uitoefening van het beroep rechtstreeks of onrechtstreeks in de hand
werken.
Art.
10. De landmeter-expert moet alle documenten en stukken die toebehoren aan zijn
cliėnt aan die cliėnt overhandigen wanneer deze daarom verzoekt.
Art.
11. De erelonen van de landmeter-expert worden bepaald op basis van de aard, het
belang, de complexiteit, de omvang en draagwijdte van de opdracht, rekening
houdend met zijn bijzondere bekwaamheden, zijn bekendheid en de algemene kosten.
De erelonen moeten hem in staat stellen het beroep eervol, waardig en
onafhankelijk uit te oefenen.
De landmeter-expert mag op geen enkele wijze commissies of andere voordelen
ontvangen of laten toekennen die betrekking hebben op zijn opdrachten.
Art.
12. De landmeter-expert is op professioneel gebied persoonlijk burgerlijk
aansprakelijk, overeenkomstig het gemeen recht en de contractuele
aansprakelijkheid.
Hij draagt eveneens deze aansprakelijkheid bij elke beroepsuitoefening in het
kader van de activiteiten van één of meerdere rechtspersonen.
Art.
13. De landmeter-expert is gehouden een verzekeringscontract te sluiten tot
dekking van zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid. De algemene
basisvoorwaarden en de minimumgaranties waaraan de verzekeringscontracten moeten
voldoen, worden bepaald door de Koning, op advies van de federale raad.
Op verzoek van de federale raad, zal hij het afsluiten van dit
verzekeringscontract aantonen door voorlegging van een attest.
Art.
14. De landmeter-expert is gehouden zich op de hoogte te houden van de evolutie
van de wetgeving, technieken en regels die betrekking hebben op de uitoefening
van zijn beroep, door deel te nemen aan voortgezette opleidingen, van ten minste
twintig uur per jaar, die erkend zijn door de federale raad. De Minister die de
Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft,
HOOFDSTUK
IV. - De landmeter-expert en zijn confraters
Art.
15. De landmeter-expert moet zijn confraters met respect en hoffelijkheid
behandelen.
Hij gedraagt zich in alle omstandigheden collegiaal en loyaal.
Hij onthoudt zich van alle daden van oneerlijke concurrentie, van alle
rechtstreekse of onrechtstreekse stappen en handelingen die een confrater in
diskrediet kunnen brengen of uitsluiten.
Art.
16. Behalve akkoord tussen confraters,
De voorganger moet aan de cliėnt of aan de confrater die hem opvolgt,
alle documenten die toebehoren aan de cliėnt en alle documenten die vallen
onder de wederzijdse collegiale hulp overhandigen.
HOOFDSTUK
V. - Het beroepsgeheim
Art.
17. Onverminderd de wettelijke verplichtingen opgelegd aan de
landmeter-expert om zich te houden aan het beroepsgeheim overeenkomstig artikel
458 van het Strafwetboek, is hij ook gebonden door een discretieplicht.
Bovendien moet hij erop
toezien dat ook zijn medewerkers zich aan die regels houden.
Die discretieplicht houdt de geheimhouding in van de gegevens die hem
uitdrukkelijk of stilzwijgend werden toevertrouwd in zijn hoedanigheid van
landmeter-expert of die verband houden met feiten van vertrouwelijke aard die
hij heeft vastgesteld in het kader van de uitoefening van zijn beroep.
Er kan evenwel geen inbreuk op de tuchtregels inzake de discretieplicht aan de
landmeter-expert ten laste worden gelegd :
1° indien hij opgeroepen wordt om voor de rechtbank te getuigen;
2° indien de wettelijke bepalingen hem verplichten om alle of een deel van die
informatie bekend te maken;
3° bij de uitoefening van zijn persoonlijke verdediging in gerechts- of
tuchtzaken;
4° indien zijn cliėnt, voor zover het gaat om een zaak die deze aanbelangt, de
discretieplicht uitdrukkelijk opheft.
HOOFDSTUK
VI. - De beroepsactiviteiten en onverenigbaarheden
Art.
18. Tot de bevoegdheid van de landmeter-expert behoren volgende activiteiten :
1° de activiteiten bedoeld in artikel 3 van de wet tot bescherming van de titel
en van het beroep;
2° onroerende eigendom, publiek of privaat, bebouwd of onbebouwd, bovengronds
of ondergronds, identificeren, afbakenen, opmeten en schatten, evenals de werken
die erop uitgevoerd worden, en met de registratie ervan en met die van de eraan
verbonden zakelijke rechten;
3° het uitoefenen van de gereglementeerde activiteiten van de vastgoedmakelaar,
in toepassing van artikel 4,1° van het koninklijk besluit van 6 september 1993
tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van
vastgoedmakelaar. Voor deze activiteiten is de landmeter-expert gehouden de
regels van de plichtenleer zoals vastgesteld door het Beroepsinstituut van
Vastgoedmakelaars, hierna 'Instituut' genoemd, te respecteren. De controle op
het naleven van deze regels en van de artikelen 4 tot 19 van de wet van 11
januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het
witwassen van geld en de financiering van terrorisme wordt echter uitgevoerd
door de federale raad of de federale raad van beroep.
De Uitvoerende Kamer van het Instituut wordt ingelicht omtrent de definitieve
tuchtsancties die uitgesproken worden in het kader van de gereglementeerde
vastgoedactiviteiten.
Het is een landmeter-expert die het voorwerp is van een schorsing of een
schrapping vanwege het Instituut, verboden vastgoedactiviteiten uit te oefenen
als landmeter, ingeschreven op de federale raad, tot het einde van de sanctie.
De landmeter-expert dient voorafgaandelijk aan de uitoefening van de
gereglementeerde activiteiten van vastgoedmakelaar, de Federale Raad hierover in
te lichten en zijn bijdrage te storten aangaande de werkingskosten van de cel
voor financiėle informatieverwerking. Hij informeert de Federale Raad
onmiddellijk bij stopzetting van zijn gereglementeerde activiteiten als
vastgoedmakelaar.
Art.
19. Wordt beschouwd als onverenigbaar met het beroep, de uitoefening van iedere
activiteit, al dan niet bezoldigd, die afbreuk
Art.
20. Onverminderd de onverenigbaarheden bepaald in de regels inzake de
uitoefening van andere beroepen, geven de volgende activiteiten aanleiding tot
het ontstaan van een belangenconflict, een onverenigbaarheid of een geval van
oneerlijke mededinging, in de zin van artikel 4, § 3, van de wet tot
bescherming van de titel en van het beroep :
1° een opdracht aanvaarden, over de welke hij dient te beslissen of te
adviseren in de uitoefening van een ander beroep of functie;
2° het behandelen van privé-zaken die verband houden met de activiteit van
landmeter-expert, tegelijkertijd met activiteiten onder een statuut, contract of
mandaat van openbaar belang;
3° gebruik maken van voorrechten, voordelen of diensten ten nadele van de
staatskas, in brede zin;
4° morele druk uitoefenen op de burger of enig andere opdrachtgever, ten
persoonlijke titel, via publieke structuren, om rechtstreeks of onrechtstreeks
opdrachten te bekomen in zijn voordeel;
5° gebruik maken van zijn functie onder statuut, contract of publiek mandaat
met het oog om privé-cliėnteel te verwerven;
6° zich bedienen van goederen en informatie of van welke andere gegevens ook
die behoren tot een openbare dienst of openbaar belang;
7° behalve mits akkoord tussen alle partijen, tussenkomen bij elke opdracht
waarbij hij persoonlijk of door gebonden te zijn als ondergeschikte of door
verwantschap tot de tweede graad belanghebbende is.
HOOFDSTUK
VII. - De informatie aan het publiek
Art.
21. De landmeter-expert mag aan alle personen die dit vragen, nuttige informatie
verstrekken over zijn beroepsactiviteiten, zijn bekwaamheden, zijn referenties,
diensten en erelonen. Het is hem verboden om zich onrechtmatig bepaalde titels
of bekwaamheden toe te meten.
Wanneer de landmeter-expert gebruik maakt van persoonlijke, individuele of
gemeenschappelijke publiciteit om het publiek in te lichten over de
beroepsactiviteit van landmeter-expert, dan moet die informatieverstrekking met
mate en correct uitgevoerd worden.
Art.
22. Onverminderd de informatieplicht opgelegd bij andere wettelijke of
reglementaire bepalingen, bevatten de door de landmeter-expert ondertekende
documenten de volgende gegevens :
1° naam en voornaam;
2° de vermelding « landmeter-expert, beėdigd door de Rechtbank van Eerste
Aanleg van »;
3° het inschrijvingsnummer op het tableau van beoefenaars.
HOOFDSTUK
VIII. - Slotbepalingen
Art.
23. Artikel 2, eerste lid, 17°, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming
van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de
financiering van terrorisme, gewijzigd door de wet van 12 januari 2004, wordt
vervangen als volgt :
« 17° de vastgoedmakelaars als bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit
van 6 september 1993 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening
van het beroep van vastgoedmakelaar, die activiteiten uitoefenen als bedoeld in
artikel 3 van hetzelfde besluit, en de landmeters-experten ingeschreven op het
tableau als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van
federale raden van landmeters-experten, wanneer zij gereglementeerde
activiteiten van vastgoedmakelaar uitoefenen in toepassing van artikel 4, 1°,
van bovenvermeld koninklijk besluit van 6 september 1993 ».
Art.
24. In artikel 12, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 11 juni 1993
inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van
de cel voor financiėle informatieverwerking, gewijzigd bij de koninklijke
besluiten van 10 augustus 1998, van 4 februari 1999 en 21 september 2004, worden
de woorden « de landmeters-experten, » ingevoegd tussen de woorden « door de
vastgoedmakelaars, » en de woorden « de gerechtsdeurwaarders, » en de woorden
« de federale raad van landmeters-experten, » ingevoegd tussen de woorden «
van vastgoedmakelaars, » en de woorden « de Nationale Kamer van
gerechtsdeurwaarders ».
Art.
25. Artikel 13 treedt in werking op de eerste dag van de zevende maand na de
inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 14 treedt in werking op de eerste dag van de maand januari van het jaar
na dat waarin dit besluit in werking is getreden.
Art.
26. Dit besluit treedt in werking op een door de Minister die de Middenstand
onder haar bevoegdheid heeft, te bepalen datum, en uiterlijk op 31 maart 2006.
Art.
27. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiėn,
Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en Onze Minister bevoegd voor
Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit
besluit.
Gegeven
te Brussel, 15 december 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiėn,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Middenstand,
Mevr. S. LARUELLE.